Bijna tweeduizend kalksteeneilanden die loodrecht uit groen water oprijzen, en de foto’s doen het geen recht. De dagboten varen ’s middags terug naar de haven. Blijf je een nacht op het water, dan krijg je mee wat daarna komt: kajakken tussen de eilanden bij zonsondergang, een stil dek en mist op het water als je wakker wordt. De Lan Hạ-baai ernaast heeft hetzelfde landschap, met minder boten en kleine strandjes.
De grootste grot van de baai, met enorme zalen, op het eiland Bồ Hòn.
Klim de trappen op voor het klassieke panorama en zwem daarna op het strandje beneden.
Met een kajak of bamboebootje door een lage tunnel naar een lagune, rondom ingesloten door rotswanden.
Twee rotsen die tegenover elkaar staan: het bekendste silhouet van de baai.
De dagboten zijn weg en de eilanden worden silhouetten.
Rustiger water naast het eiland Cát Bà. Hier kajak je het mooist.
Met een dagtrip zie je het landschap en ben je dezelfde avond terug. Het is wel een lange dag, en die breng je grotendeels onderweg door, heen en terug.
Met drie dagen kom je verder weg van de andere boten, de Lan Hạ- of Bái Tử Long-baai in, met meer kajakken en een rustiger tempo.